Bassist Tony Overwater is thuis bij rare noten: ‘Mensen vergeten dat er een leercurve vooraf gaat aan waardering’

Jul 09, 2019

Volkskrant, 9 juli 2019 door Pablo Cabenda, beeld Daniel Cohen

Al zo’n 25 jaar slaat bassist Tony Overwater bruggen tussen Oost en West. Als lid van het Rembrandt Frerichs Trio, vrijdag in Rotterdam, en in zijn muziekkeuze.

Als je mensen vertrouwd wil maken met nieuwe muzikale werelden, moet je niet te hard oordelen als ze de verkeerde terminologie gebruiken. Doet contrabassist Tony Overwater ook niet. Toen een recensent de muziek op de laatste cd van het Rembrandt Frerichs Trio, met gastmuzikant Kayhan Kalhor, ‘Arabische muziek’ noemde, werd de man op Overwaters Facebookpagina op de vingers getikt. Een promotor van Iraanse muziek verbeterde het ‘Arabisch’ bozig in ‘Perzisch’. En dat is iets héél anders.

Maar Overwater nam het voor de eerste op. ‘Hoe kon die man dat nou weten? Het is een beetje wanneer ik in Iran een concert speel met Italiaanse barok en mensen daar noemen het Duits. Daar kan ik wel over klagen, maar ze hebben wel de moeite genomen een verbintenis aan te gaan met een cultuur die mijlenver van ze af staat.’

Net als Overwater. De 54-jarige bassist die als 17-jarige de bas oppikte omdat hij Sting cool vond, stak zijn neus uiteindelijk een heel eind buiten de popmuziek. Na zijn jazzopleiding aan het Haagse conservatorium speelde hij met talloze grootheden uit het Midden Oosten en het Rembrandt Frerichs Trio, waarvan hij vast lid is. Hij brengt op zijn platenlabel Jazz in Motion/Kepera Records al 25 jaar pareltjes van muzikale fusion uit en slaat met zijn muzikale presentaties Salon Joussour een brug tussen West en Oost.

De fascinatie voor de muziek uit die regio ontkiemde toen hij in 1995 met het Yuri Honing Trio door Libanon en Syrië toerde. ‘Er zat zo’n bijzondere melodische zeggingskracht in. Ik móést er meer van weten.’

‘Kuifje in Arabië’ onderzocht en ontdekte.

‘In westerse muziek gebruiken we geen kwarttonen. De tonen die tussen de pianotoetsen in zitten en die je wel kunt spelen als je met je vinger glijdt over een snaar van een viool. Maar belangrijker is dat die muziek niet gebonden is aan westerse akkoorden en harmonieleer. Dat maakt dat muzikanten de vrijheid hebben om alle denkbare melodische nuances te spelen.’

Tja, voor westerse oren kan het dan wel eens onzuiver klinken. ‘Maar dat is puur omdat we gewend zijn aan de muzikale stemming die we hier en nu hanteren. Maar luister maar naar oude opnamen van barokspecialist Ton Koopman, waar hij een middentoonstemming gebruikt. Daar heb je ook wel eens iets van ‘oe, dat klinkt vals’.

Is perceptie, wil hij maar zeggen. En dat het tijd kost om totaal andersoortige muziek aan te voelen. ‘Want net zoals wij hier onwennig staan tegenover Arabische muziek, kunnen zij minder uit de voeten met Bach. Mensen vergeten weleens dat er een leercurve vooraf gaat aan waardering.’

‘Op My Romance hoor je heel goed hoe bassist Scott LaFaro niet alleen ondersteunt, maar ook zijn melodie tegen Evans in speelt. Waanzinnig mooi. Het heeft me bevestigd in wat ik wilde doen. Op de middelbare school speelde ik in een bluesbandje en mijn bandleden vonden altijd dat ik te veel rare noten speelde. Ik had iets van ja, maar dit wíl ik. Pas toen ik jazz ging spelen, voelde ik: Aah, ik ben thuis.’

‘Je hoort dat de componisten waren beïnvloed door westerse symfonische muziek. Er zijn veel meer violen ingezet dan gebruikelijk, maar alles wordt nog steeds eenstemmig gespeeld. Beetje fusion, inderdaad. Dit was voor mij een ingang naar Arabische muziek. Grappig is ook dat er een intro is van 3 minuten waarna de diva pas opkomt. Dan gaat het publiek zo uit zijn dak dat het ensemble moet worden stilgelegd. Tot drie keer toe.’

‘Ik ben altijd verliefd geweest op barok maar een gamba is voor mijn handen te fijnzinnig en ik mis de bas. Daarom heb ik een paar jaar geleden een grotere violone gekocht. Lischka speelt het instrument met ongelooflijke passie. Ik kwam er achter dat ze ook de verbinding zoekt met Arabische en Indiase muziek. Dus wil ik dolgraag met haar spelen. Maar dan moet ik op mijn violone wel partij voor haar kunnen zijn.’

‘Strijkkwartet, contrabas, percussie en kamancheh – een Iraans snaarinstrument – maken iets totaal nieuws. Kijk, je hebt twee soorten fusion. Ikzelf vind het interessant om de gemeenschappelijke deler te vinden waarmee je  componenten bij elkaar voegt, en daarop voort te bouwen. Maar vaak wordt gemakzuchtig dat wat lastig is voor Europese musici uit de Arabische muziek gehaald en vice versa. Dan houd je iets zouteloos over: Indiaas koken zonder kruiden. Hier zijn de westerse harmonie gehandhaafd én de Arabische kwarttonen én de complexe ritmes. Spannend.’

‘Charlie Haden speelt hierop en Haden mag op geen enkel lijstje van mij ontbreken. Als hij zijn bas stemt, springen bij mij al de tranen in de ogen. Iedere noot die hij speelt, is muziek. Alles wat hij vertelt, is een verhaal. Rickie Lee Jones heeft dat ook. Ik luisterde laatst naar haar versie van My Funny Valentine, die niet op dit album staat. Daar heeft ze een paar van die noten die gaan door merg en been. En ook al heb je die song een miljoen keer gehoord, toch denk je: Oh ja, dáár gaat het over.’

 


Other news

Cookies help us to deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. Privacy Policy